Actualiteit .Net

mei 20, 2008

Com·wonen, schoolvoorbeeld van slecht beleid

Geplaatst onder: Opinie, Voorpagina — Jaap @ 8:11 am

We nemen vandaag een kijkje in de wijk Vreewijk, een rustige familiewijk in Rotterdam Zuid. Wat opvalt is hoe rustig, verzorgd en groen de wijk eruitziet. Een flink contrast met de lange, hectische en zeer multiculturele winkelstraten die zich op loopafstand bevinden. Bewoners voelen zich prettig in de wijk, mensen gaan op een buitengewoon vriendelijke manier met elkaar om en voelen zich meer dan thuis in dit “tuindorp”. Woningbouwvereniging Com·wonen maakte in juli 2006 een einde aan de rust in Vreewijk toen het een brief stuurde waarin kortweg vermeld stond dat de woningen aan de noordgrens van de wijk plaats zouden moeten maken voor zogenaamde ouderenwoningen.

De brief van Com·wonen werd, zoals zo vaak in deze situaties, door de bewoners met veel tegengeluid ontvangen. Waar een enkeling (misschien wel uit angst) besloot de karige tegemoetkoming in verhuisgelden aan te nemen en te verhuizen, is een aanzienlijke groep mensen in de betreffende woningen gebleven waar het was. Velen woonden al jaren op de Bree of Maarland en zagen het als hun roeping om dit prachtige stukje Rotterdam te beschermen tegen een eventuele sloop. Niemand zal ontkennen dat een aantal huizen het nodige onderhoud kan gebruiken, maar een groot deel van de huizen is nog lange tijd prima bewoonbaar, althans, dat vinden de bewoners. Com·wonen geeft aan dat de staat van het merendeel van de woningen dusdanig slecht is dat renoveren geen optie meer is.

Wie goed naar Com·wonen luistert, zal zich beseffen dat hier een organisatie spreekt die haar eigen doelstellingen uit het oog verloren is en nog slechts één doel voor ogen heeft: slopen. Wie goed op heeft gelet, ziet ook dat Com·wonen niet zal stoppen als het haar zin krijgt. Maar liefst 1400 woningen moeten plaats gaan maken voor duurdere nieuwbouw. Een korte rondleiding door de wijk is genoeg om je te beseffen dat dit niet het werk is van de organisatie die zij pretenderen te zijn. Te weten een organisatie die met haar huurders samenwerkt, een organisatie die betaalbare woningen levert, een organisatie die zorgdraagt voor een goede leefomgeving.

Nee. Dit is het werk van een organisatie die in een wereld waar zij te maken krijgt met complexe besluitvorming, keer op keer stukloopt op fundamentele stappen in het besluitvormingsproces. De doelstellingen zijn samen met de belangen van verschillende essentiële actoren overboord gegooid, van zorgvuldige analyse op basis van logisch gekozen criteria is geen sprake meer en tot overmaat van ramp vergrijpt Com·wonen zich inmiddels aan een schoolvoorbeeld van oogkleppenbeleid: het heeft een middel tot doel verheven. Centraal staat niet meer de leefkwaliteit in de wijk Vreewijk, maar de vraag die Com·wonen zich lijkt te stellen is nu hoe het zo snel mogelijk alle bewoners uit hun woning weet te verjagen en over kan gaan tot sloop.

De bewoners ogen, in tegenstelling tot wat deze tekst misschien doet vermoeden, overigens bepaald niet machteloos. Alles wordt in het werk gesteld om zo veel mogelijk in de publiciteit te treden. Met succes, want verschillende kamerleden hebben zich inmiddels gemengd in de discussie en inmiddels zijn zelfs kamervragen gesteld over het onderwerp. Mochten kamerleden Vietsch en Vroonhoven erin slagen Vreewijk te voorzien van een monumentale status, dan ligt de bal definitief weer bij Com·wonen. Dat zal de corporatie koste wat kost willen voorkomen, want in een dergelijke situatie kunnen de sloopplannen linea recta de prullenbak in. Hoewel gemeenten monumentale statussen niet altijd even serieus nemen (zie het voorbeeld van de fietsbrug in Nijmegen), heeft een woningcorporatie zich te schikken naar een dergelijk besluit.

Elke ervaren beleidsanalist zal Com·wonen daarom ook adviseren de sloophamer neer te leggen en bepaalde stappen voorafgaand aan het besluitvormingsproces over te doen. Of de fouten te herstellen zijn valt nog te bezien, maar wat de bewoners betreft heeft Com·wonen haar diepste dal al bereikt. Er is maar één weg en dat is omhoog. Com·wonen moet in overleg met de bewoners treden. Daarvoor is het nóóit te laat. Bewoners voelen zich niet serieus genomen door Com·wonen en voor de corporatie valt juist dáár de nodige goodwill te behalen. Als Com·wonen water bij de wijn doet, zijn de bewoners meer dan bereid om aan hun kant over concessies te praten. Maar bovenal moet Vreewijk blijven wat het is: een oase van rust in wereldstad Rotterdam.

november 9, 2006

De doodstraf

Geplaatst onder: Politiek, Opinie, Voorpagina — Jaap @ 2:20 am

Dood door verhanging, was het oordeel van de rechtbank die zich boog over de zaak die was aangespannen tegen voormalig dictator Saddam Hussein. Dat zet je aan het denken. Een groot deel van Nederland is op dit moment vóór de doodstraf. Ik persoonlijk niet. Ik vind het één van de meest walgelijke vormen van genoegdoening aan de slachtoffers van een misdrijf. Walgelijk, omdat ik vind dat vergelding geen rol mag spelen bij het bepalen van strafmaten. De doodstraf is geen straf, het is vergelding.

Hans van Baalen van de VVD liet mij en met mij vele anderen van onze stoel vallen van verbazing met zijn reactie. Van Baalen gaf aan principieel tegen de doodstraf te zijn, maar voegde daar aan toe dat je er in “uitzonderingssituaties” niet onderuit komt. Wat een ongelooflijk domme en amateuristische reactie! Vertel mij eens, meneer van Baalen, hoe u letterlijk kunt zeggen dat dit “de enige juiste straf voor iemand die zoveel doden op zijn geweten heeft” is en dan toch nog principieel tégen de doodstraf kunt verklaren te zijn? Ik hoop oprecht dat de VVD deze verkiezingen niet meer dan 10 zetels krijgt, al is het alleen maar om u uit de Tweede Kamer te kunnen houden!

Onze huidige premier laat zich ook flink kennen door aan te geven het “een oordeel dat past bij het schrikbewind” te vinden. Maar, voegt meneer Balkenende er aan toe, “De doodstraf hoort eigenlijk niet”. Dus het oordeel “doodstraf” past bij het schrikbewind dat Saddam Hussein gevoerd heeft, maar de doodstraf hoort niet uitgesproken te worden. Waar zijn we dan in godsnaam mee bezig? Als je tegen de doodstraf bent, ben je dat toch ook in de meest extreme gevallen? Daar gaat het toch juist om? Het is toch een signaal waarmee je aangeeft je niet te hoeven verlagen tot het niveau van de dader? Ik hoopte dat wij in Nederland deze middeleeuwse praktijken toch achter ons zouden kunnen laten, maar blijkbaar voelt onze minister-president, net als van Baalen, toch dat de doodstraf te rechtvaardigen is.

Ik persoonlijk respecteer het oordeel. Dat spreekt wat mij betreft voor zich. Wie ben ik, als Westerling, om mij te gaan mengen in de rechtspraak van een land in het Midden-Oosten? Ik keur de doodstraf niet goed en vind dat hij in Nederland uiteraard nooit ingevoerd, laat staan uitgesproken mag worden, maar als het Iraaks strafrecht wél voorziet in een doodstraf, heb je dat te respecteren. Ook al is het in de vorm van verhanging. Het verbaast me niet dat de Verenigde Staten of de Verenigde Naties zich niet mengen in deze uitspraak, hoe mensonterend hij ook is. Wel onderstreept het wat mij betreft de onbetrouwbaarheid en hypocrisie van met name de Verenigde Staten, die blijkbaar menen zich slechts te moeten mengen in onacceptabele situaties wanneer het hun uitkomt. Niet dat ik vind dat ze opnieuw moeten ingrijpen, dat zou immers een vrij hypocriet standpunt zijn, gezien mijn eerdere commentaar.

september 30, 2006

Nederland is integratie-moe

Geplaatst onder: Opinie, Voorpagina — Jaap @ 2:22 pm

Het probleem van slepende, belangrijke politieke kwesties is dat ze, mede door het gegeven dat deze kwesties vaak overmatige publieke aandacht krijgen, op een gegeven moment gaan vervelen. Het publiek wordt minder en minder geïnteresseerd in bepaalde onderwerpen, wanneer politici en andere publieke of vertegenwoordigende figuren in herhaling beginnen te vallen en het oorspronkelijke onderwerp uit het oog beginnen te verliezen. Zo ook als het gaat om het debat over immigratie, integratie en segregatie. Nederland is integratie-moe. Daarmee zijn de debatten echter nog niet afgesloten.

In Nederland zul je altijd een bepaalde groep overwegend xenofobische mensen houden, die moeite hebben met het feit dat immigranten een ander taaltje of kleurtje hebben en eventueel iets anders geloven. Niet iets om je bij neer te leggen, wat mij betreft, maar wel een zeker gegeven dat je nooit helemaal kunt terugdringen. Het publieke debat is sinds de periode rond de aanslagen op de torens van het World Trade Center en de moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh steeds meer verschoven naar een debat over de Islam, over extremisme en over internationale zowel als nationale segregatie tussen de Westerse wereld en de Islamitische gebieden. Die verschuiving van het nationale en internationale debat heeft wat mij betreft weinig te maken met integratie en veel meer met terrorismedreiging en onderlinge verhoudingen tussen landen. De ware discussie over integratie hoort op een geheel ander vlak plaats te vinden.

Waar het om gaat zijn de causale relaties tussen de mate van integratie, de mate van opleiding, de werkgelegenheid (en daarmee samenhangend de werkeloosheid) en criminaliteitscijfers binnen de groepen allochtone Nederlanders en eventueel ook de groepen autochtone Nederlanders. Een belangrijke factor is en blijft de taalbeheersing van deze mensen. Het krijgen van een baan in een bepaald land wordt nu eenmaal moeilijker als je de taal niet spreekt. Dat zal niet voor elke branche gelden, over het algemeen kun je die regel echter wel stellen. De problemen die dit fenomeen met zich meebrengt, zijn duidelijk. Mensen die geen (fatsoenlijke) baan kunnen krijgen, zullen afgeven op de maatschappij en zijn vatbaarder voor criminaliteit. Zeker als deze mensen ook een lagere mate van opleiding hebben. Daarnaast brengt het een zekere mate van fysieke segregatie met zich mee, door de lagere levensstandaard. Inmenging in de samenleving wordt zo steeds moeilijker.

Wat mij betreft ligt de oplossing ook niet zozeer in simpel voorgestelde integratiemodellen, met integratietoetsen en het inlezen in Nederland. Er zijn efficiëntere integratiemodellen te bedenken die buiten uiterst effectief te zijn ook weinig tot niets hoeven te kosten. Het lastigste is misschien nog de toepassing.

Eén manier om de taal te leren en ook te begrijpen hoe de Nederlandse maatschappij en cultuur in elkaar steken is onderwijs. Jonge Nederlanders, autochtoon of allochtoon, worden verplicht naar school te gaan, dus via het huidige onderwijssysteem kan een hoop bereikt worden. Zowel autochtone als allochtone jongeren moeten zich een behoorlijke hoeveelheid Nederlandse geschiedenis, taalbeheersing en maatschappijleer eigen maken. En laten dat nu de voornaamste punten van integratie zijn, volgens onze regering. Over de jongeren hoef je je in dat opzicht ook minder zorgen te maken. Ze krijgen een hoop waarden en normen mee op school en hoewel het zeer zeker normaal is je op de middelbare school een klein beetje te misdragen, zal het gedrag van deze jongeren overwegend goed zijn. Er worden op de middelbare school eerlijke kansen geboden, iedereen maakt een goede kans zich te profileren op elk mogelijk niveau en zodoende kansen te pakken en eventueel te creëren. Natuurlijk brengt onderwijs en de onderwijscultuur bepaalde problemen met zich mee, maar daar hebben we het een andere keer wel over.

Grotere problemen spelen zich af waar mensen niet (meer) op school zitten en toch (met name) een taalachterstand hebben. Natuurlijk kun je ze terugsturen naar school, naar de bekende inburgeringscursus. Ik vraag me echter af hoe effectief dat is. Wat wel effectief is gebleken is het bieden van voldoende werkgelegenheid. Mensen worden bij veel beroepen gedwongen zich de taal eigen te maken, omdat ze het anders niet redden. Al doende leert men de taal beter te beheersen. Daar zie ik kansen en mogelijkheden. Er komt brood op de plank, er wordt gewerkt aan de integratie en dat verkleint het gat tussen allochtoon en autochtoon ook aanzienlijk. Ik suggereer niet dat Nederland aan positieve discriminatie moet doen. Allochtoon en autochtoon behoren even veel kans te hebben op een baan. In de praktijk zal dat echter wél neer moeten komen op het stimuleren van het zoeken naar werk. Om werkeloosheid onder Nederlanders terug te dringen, zal een deel van de Nederlandse bevolking ook een duwtje in de rug nodig hebben.

Nu Nederland integratie-moe is, zullen er knopen doorgehakt moeten worden. Handreiking en tegelijkertijd het afdwingen van participatie in de genoemde basisonderdelen van integratie (onderwijs en arbeid) kunnen ruimte bieden om de kloof tussen allochtoon en autochtoon te verkleinen en zodoende de moeilijke onderlinge sfeer te verbeteren. Het is nu zaak om zo snel mogelijk tot een oplossing te komen en daar dan ook van te leren.

Volgende Pagina »

Gemaakt met WordPress met Nederlandse vertaling