Com·wonen, schoolvoorbeeld van slecht beleid
We nemen vandaag een kijkje in de wijk Vreewijk, een rustige familiewijk in Rotterdam Zuid. Wat opvalt is hoe rustig, verzorgd en groen de wijk eruitziet. Een flink contrast met de lange, hectische en zeer multiculturele winkelstraten die zich op loopafstand bevinden. Bewoners voelen zich prettig in de wijk, mensen gaan op een buitengewoon vriendelijke manier met elkaar om en voelen zich meer dan thuis in dit “tuindorp”. Woningbouwvereniging Com·wonen maakte in juli 2006 een einde aan de rust in Vreewijk toen het een brief stuurde waarin kortweg vermeld stond dat de woningen aan de noordgrens van de wijk plaats zouden moeten maken voor zogenaamde ouderenwoningen.
De brief van Com·wonen werd, zoals zo vaak in deze situaties, door de bewoners met veel tegengeluid ontvangen. Waar een enkeling (misschien wel uit angst) besloot de karige tegemoetkoming in verhuisgelden aan te nemen en te verhuizen, is een aanzienlijke groep mensen in de betreffende woningen gebleven waar het was. Velen woonden al jaren op de Bree of Maarland en zagen het als hun roeping om dit prachtige stukje Rotterdam te beschermen tegen een eventuele sloop. Niemand zal ontkennen dat een aantal huizen het nodige onderhoud kan gebruiken, maar een groot deel van de huizen is nog lange tijd prima bewoonbaar, althans, dat vinden de bewoners. Com·wonen geeft aan dat de staat van het merendeel van de woningen dusdanig slecht is dat renoveren geen optie meer is.
Wie goed naar Com·wonen luistert, zal zich beseffen dat hier een organisatie spreekt die haar eigen doelstellingen uit het oog verloren is en nog slechts één doel voor ogen heeft: slopen. Wie goed op heeft gelet, ziet ook dat Com·wonen niet zal stoppen als het haar zin krijgt. Maar liefst 1400 woningen moeten plaats gaan maken voor duurdere nieuwbouw. Een korte rondleiding door de wijk is genoeg om je te beseffen dat dit niet het werk is van de organisatie die zij pretenderen te zijn. Te weten een organisatie die met haar huurders samenwerkt, een organisatie die betaalbare woningen levert, een organisatie die zorgdraagt voor een goede leefomgeving.
Nee. Dit is het werk van een organisatie die in een wereld waar zij te maken krijgt met complexe besluitvorming, keer op keer stukloopt op fundamentele stappen in het besluitvormingsproces. De doelstellingen zijn samen met de belangen van verschillende essentiële actoren overboord gegooid, van zorgvuldige analyse op basis van logisch gekozen criteria is geen sprake meer en tot overmaat van ramp vergrijpt Com·wonen zich inmiddels aan een schoolvoorbeeld van oogkleppenbeleid: het heeft een middel tot doel verheven. Centraal staat niet meer de leefkwaliteit in de wijk Vreewijk, maar de vraag die Com·wonen zich lijkt te stellen is nu hoe het zo snel mogelijk alle bewoners uit hun woning weet te verjagen en over kan gaan tot sloop.
De bewoners ogen, in tegenstelling tot wat deze tekst misschien doet vermoeden, overigens bepaald niet machteloos. Alles wordt in het werk gesteld om zo veel mogelijk in de publiciteit te treden. Met succes, want verschillende kamerleden hebben zich inmiddels gemengd in de discussie en inmiddels zijn zelfs kamervragen gesteld over het onderwerp. Mochten kamerleden Vietsch en Vroonhoven erin slagen Vreewijk te voorzien van een monumentale status, dan ligt de bal definitief weer bij Com·wonen. Dat zal de corporatie koste wat kost willen voorkomen, want in een dergelijke situatie kunnen de sloopplannen linea recta de prullenbak in. Hoewel gemeenten monumentale statussen niet altijd even serieus nemen (zie het voorbeeld van de fietsbrug in Nijmegen), heeft een woningcorporatie zich te schikken naar een dergelijk besluit.
Elke ervaren beleidsanalist zal Com·wonen daarom ook adviseren de sloophamer neer te leggen en bepaalde stappen voorafgaand aan het besluitvormingsproces over te doen. Of de fouten te herstellen zijn valt nog te bezien, maar wat de bewoners betreft heeft Com·wonen haar diepste dal al bereikt. Er is maar één weg en dat is omhoog. Com·wonen moet in overleg met de bewoners treden. Daarvoor is het nóóit te laat. Bewoners voelen zich niet serieus genomen door Com·wonen en voor de corporatie valt juist dáár de nodige goodwill te behalen. Als Com·wonen water bij de wijn doet, zijn de bewoners meer dan bereid om aan hun kant over concessies te praten. Maar bovenal moet Vreewijk blijven wat het is: een oase van rust in wereldstad Rotterdam.